Angst is een emotie.

 

Er bestaan verschillende basisemoties met herkenbare gezichtsuitdrukkingen over de hele wereld.

 

De vraag is of walging en verbazing, voor sommige ook lust ook tot de basisemoties behoren.

 

Angst is een normale emotie met een belangrijke functie.

 

De emoties angst kent drie componenten, lichamelijke reacties, cognitieve aspecten en gedragsaspecten.

 

De lichamelijke reactie op angst ontstaat wanneer een angstopwekkende prikkel wordt herkend door de hersenen. De thalamis activeert hier op de amygdala. De amygdala activieert achtereen volgens de hypothalmus, de bijnier en de hersenstam, waarna lichamelijke reacties volgen.

 

Het lichaam past zich aan als gevolg van angst.

 

De thalamus stuurt ook signalen naar de cortex toe, deze stuurt via de hippocampus ook de amygdala aan. Deze route modificieert de reactie op angst (versterken of verminderen).

 

Als gevolg van angst veranderen alertheid, denken, focussen en onthouden.

 

Angst leidt tot gedrag. Daarnaast ontstaan ook gedachtens en gevoelens. Dit zijn 2e orde lichamelijke en cognitieve aspecten van angst. Deze ontstaan iets later dan de automatische reacties op angst die direct via de amygdala aangezet worden.

 

Er zijn drie gedragsreacties mogelijk op angst. Deze reacties zien we bij dieren en bij mensen.

 

Bij mensen is het fight, flight en freeze gedrag complexer dan bij dieren.

 

De cortex verwerkt de lichanelijke en cognitieve veranderingen in het lichaam als gevolg van angst. Op deze manier ontstaan gedachten en gevoelens.

 

Deze gedachten en gevoelens volgen deels een universeel patroon, maar zijn daarnaast persoonlijk gekleurd.

 

Als gevolg van angst verloopt het denken anders. Mensen met angst maken vaak denkfouten, onderstaande denkfouten zijn veel voorkomende denkfouten.

 

Angst zorgt voor een leerervaring. Het lichaam leert van de angst en hoe volgende keer met deze zelfde angstprikkel om te gaan.

 

Verschillende leerprocessen spelen een rol bij dit leren.

Angst is een normale emotie. Wanneer een persoon in het dagelijks leven gehinderd wordt door angst, dan wordt gesproken van een pathologische angst.

 

Normale angst en pathologische angst lopen in elkaar over.

 

De oorzaak van het ontstaan van pathologische angst is multifactorieel. Genetische aanleg speelt een rol, naast life events die een persoon heeft meegemaakt en daarnaast leerprocessen aan de hand van eerdere ervaringen.

 

Patienten met angst hebben laag serotonine en GABA en een hoog noradrenaline en glutamaat. De normale spiegels van deze neurotransmitters en de gevoeligheid van receptoren voor deze neurotransmitters is deels genetisch bepaald.

 

Een veel vookomende fenomeen bij angst is een paniekaanval.

 

Een op de tien mensen krijgt ooit tijdens het leven een paniekaanval.

 

Paniekaanvallen ontstaan doordat gedachtes en gevoelens over lichamelijke en cognitieve aspectenten van angst door een denkfout catastrofaal geinterpreteerd worden. Hierdoor neemt de angst alleen maar toe en ontstaat een vicieuze cirkel.

Een paniekaanval zakt ook weer als het lichaam deze heftige staat niet langer vol kan houden of wanneer de persoon de denkfout corrigeert.

 

Lees meer over angststoornissen in het hoofdstuk over angststoornissen onder ziektebeelden.

 

Auteur: JH Schieving

Laatst bijgewerkt: 7 januari 2017